Vandaag stond er de lange rit van Kathmandu naar het nationale park Chitwan op het programma.
Bij het verlaten van Kathmandu reden we meteen de bergen
in, eindelijk natuur, zuivere lucht.
Onderweg de waterterrassen op de heuvels waar mosterd en
rijst gepland word.
Tijdens de lange rit maakte ik van de gelegenheid gebruik
om wat te rusten.
De vermoeidheid begint wat door te wegen.
De vermoeidheid begint wat door te wegen.
Bij een tussenstop valt het mij terug op dat de Nepalese-
net zoals Indische vrouwen mooi zijn, die diep donkere ogen die je aankijken
het donker haar en de kleurrijke kledij die ze dragen.
Ik vind ze heel mooi om te zien.
Hoe dichter we bij Chitwan NP kwamen, hoe vlakker het landschap maar ook hoe slechter de wegen.
Soms kwamen we nauwelijks vooruit, niet goed onderhouden wegen met putten van soms
30- 40 cm diep.
Ook langs de weg verschillende wrakken van vrachtwagens
te zien, deze rijden hier, ondanks de slechte wegen onverantwoordelijk hard.
Wij hebben uiteindelijk ruim 6 uur gedaan over 180 km …
Onmiddellijk na aankomst in ons eenvoudig onderkomen, besloten we om samen met een (vogel) gids een wandeling te doen in een van de uitlopers van het park.
Dit viel naar mijn mening wat tegen, eerst gingen we wat olifanten (aan de
ketting …) kijken.
Onderweg kwamen we regelmatig andere groepen (soms) luidruchtige
toeristen tegen.
Veel speciale exotische vogelsoorten hebben we eigenlijk
niet gezien, behalve de Kingfisher een zeer kleurvolle vogel met mooie gele
snavel.
Voor de rest was het wel aangenaam om in de mooie natuur
en gezonde buitenlucht te wandelen, een verademing.
’s Avonds moesten we het zonder elektriciteit doen, dat
gebeurt hier dagelijks in Nepal.